Listen

Reviews

News

Live

  • Karel Van Keymeulen, De Standaard [NL]
  • Jazzmagazine.com [FR]

    Un trio chasse l’autre, et Too Noisy Fish — qui succède au précédent — partage avec lui le batteur eun Verbruggen, excellent au demeurant, qui participe à l’esthétique nettement percussive du ombo. Thèmes mélodiques souvent minimalistes sur rythmes bancals, humour et goût de ’imprévu, clusters de piano (Peter Vandenberghe) alternant avec de belles lignes en single notes : n s’amuse ici, dans le sillage de Monk, mais la maturité des trois partenaires (Kristof Roseeuw à a basse) est évidente et le sérieux de l’investissement dans les compositions ne fait aucun doute. out ceci est pensé avec beaucoup de pertinence, ce qui ne nuit en rien à la spontanéité du jeu. Voilà ui laisse présager un avenir prometteur à un trio qui mène sa barque hors des sentiers (sic) par trop ebattus. Fait significatif, le public qui quittait la Caserne Fonck à l’issue de cette courte matinée et ’apprêtait à reprendre la route vers les quatre coins de l’Europe manifestait un enthousiasme nanime à l’égard de Too Noisy Fish. Un final en beauté, donc.

Fight Eat Sleep

  • Hessel Fluitman, Jazzflits nr 191 [NL]

    De leden van trio Too Noisy Fish kent u mogelijk als de ritmesectie van de eigenwijze Belgische bigband Flat Earth Society (FES). Op hun ‘Fast Easy Sick’ (FES!) staat een opwekkende serie muziekjes. Met veel humor geschreven en met evenveel humor uitgevoerd. Pianist Vandenberghe, bassist Rosseeuw en drummer Verbruggen gaan binnen het gestelde procedé gedisciplineerd hun gang, maar toch nemen ze in alle stukken de nodige vrijheid. Wat resulteert is meeslepende muziek.

    ‘Het pianowerk van Vandenberghe doet me denken aan Michiel Braam. De Belg heeft diezelfde daadkracht en wil om de piano welluidend te ranselen.’ Het pianowerk van Vandenberghe doet me denken aan Michiel Braam. De Belg heeft diezelfde daadkracht en wil om de piano welluidend te ranselen. Daardoor vertoont de muziek in mijn oren overeenkomsten met die van Michiel Braams Trio met Wilbert de Joode op bas en Michael Vatcher op drums. Teun Verbruggen laat zich in Too Noisy Fish van een andere kant horen als bij Jef Neve. Zijn werk hier is extravert, fel en net zo dwingend als van Vandenberghe. Bassist Rosseeuw weet zich naast deze twee reuzen uitstekend staande te houden. In de knetterende waterval die ze veroorzaken, past hij zijn spel met evenveel eigenzinnigheid in. Een indrukwekkend sterke cd met fervent samenspel. Hoe zal dit live klinken?

  • Dave Lynch, Allmusic [EN]

    Keyboardist/composer Peter Vandenberghe's rambunctious piano trio Too Noisy Fish do not whisper a soft greeting on the opening track of their sophomore album, 2013's Fight Eat Sleep. A slap upside the head is more like it. Unlike the opening tune ("13 Potatoes") of the Flemish trio's 2011 debut, Fast Easy Sick -- which saw drummer Teun Verbruggen announcing his presence with crashing and bashing almost goofily at olis with the initial contemplative mood of Vandenberghe and bassist Kristof Roseeuw -- all three bandmembers are immediately in sync and fired up on Fight Eat Sleep's opener, "Bring It Home/Oh God." Too Noisy Fish are all muscle and no fussle as Vandenberghe and Roseeuw lock into an irregular stop-start pulse, the pianist throws in an emphatic off-meter chord as punctuation, and Verbruggen pummels his kit. Engineering and mixing the sessions at his California studio, Oz Fritz gave the trio a huge sound -- particularly Verbruggen, whose drums are massive and rockish despite his paradoxically nimble touch. After the initial onslaught of pyrotechnics -- including an interlude in which the roaring Roseeuw seems to saw his bass in two -- the opener's second half (the "Oh God" part) sets the listener gently down in the comfortable easy chair of a bluesy, sonorous ballad that even features Verbruggen switching to brushes. Merely four minutes into the album and a breather is already a good idea.

    In a musical juxtaposition that might suggest a tussle between science and faith, "In Dust We Trust" finds Vandenberghe repeateuly plinking out a single precise note that ingeniously transforms into a sprightly backbeat persisting over sanctified gospel chords. As on Fast Easy Sick, Vandenberghe again proves his pianistic mastery -- dynamically wide-ranging, harmonically adventurous, and coupling sheer soloing chops with idiosyncratic phrasing -- but his composing is also a revelation: it's easy to imagine a multi-layered track like "In Dust We Trust" arranged for Peter Vermeersch's Flat Earth Society big band, of which Vandenberghe, Roseeuw, and Verbruggen are all members. FES-like extra-musical forays -- both serious and wacky -- also find their way into the program: in "Necrophilology," Vandenberghe's piano imbues an audio extract from the conclusion of Andrei Tarkovsky's 1979 film Stalker with a suitably dark and mysterious classicism before the full trio picks up the vibe on a moody 13/8 vamp driven by Roseeuw's rich bass; "Jazz Invaders" swings, stutters, and jabs its way through an onslaught of Space Invaders laser cannons; and "Slow B" and "Fast B" are rudely interrupted by cellphone calls to a flustered Fritz. (As for unpredictability of a purely musical sort, the one non-Vandenberghe tune, a cover of Charlie Parker's "Segment," is "Segmented" into motivic chunks before launching into skewed boppishness.) But even serious- minded piano jazz scholars shouldn't let such left turns dissuade them from investigating Too Noisy Fish, who throughout Fight Eat Sleep prove themselves to be one of the most exciting, focused, and indeed telepathic piano trios on the planet.

  • Guy Peters, Enola.be [NL]

    Als het eerste trio in Gent bleef om zijn plaat op te nemen, dan deed Too Noisy Fish het tegenovergestelde: het vliegtuig naar de Verenigde Staten nemen, om er samen te werken met gerenommeerde producer Oz Fritz, die namen als John Cale, Bill Laswell, Ornette Coleman en Tom Waits in z’n gastenboek heeft staan. En Meatloaf. Sshht. Fritz heeft alleszins gezorgd voor een gespierde, in-your-face-geluidsmix, maar het zou ook te ver leiden om te zeggen dat er een sterke breuk zou zijn met debuutalbum Fast Easy Sick. Dit is gewoon de sound van Too Noisy Fish, die net als heel wat ingrediënten overgenomen is van zijn voorganger: dus inclusief de humor, de bruisende energie, de baldadige portie rock-‘n-roll, de combinatie van auditief gespetter met een verrassende toegankelijkheid.

    Pas op, het zou best wel eens kunnen dat een wat meer bezadigd jazzminnaar hier wat geïrriteerd van wordt – die ratelende drums van Verbruggen of dat aanhoudende nootje in het reggaegetinte “In Dust We Trust” hébben dat potentieel -, maar het blijft toch knap hoe ze door een halve eeuw jazzgeschiedenis razen met zo’n gulle, exuberante aanpak. Opener “Bring It Home/Oh God” alleen al. Die eerste helft is doordrongen met het lage gedreun van 70’s soundtracks, bevat een razende performance van de drummer en een onstuimige strijkstoksolo, of is het eerder een –marteling, waarbij Roseeuw vastbesloten lijkt om het instrument in twee te zagen. Het tweede luik zoekt het dan op ingetogener terrein, ’s nachts rond een uur of twee, maar dan is het wel zo’n lepe ommezwaai. Om te kijken wie bij de les blijft.

    De combinaties die hier uitgetest worden tarten ook de conventies – “In Dust We Trust” lijkt hier en daar te verwijzen naar de minisuites van Randy Newman, maar wordt op zijn beurt dan weer gevolgd door het machtige “Necrophilology”, waarvoor de band de laatste vier minuten van Tarkovsky’s klassieke sci-fi film Stalker gebruikt. Geluiden van een krakende voice-over, rinkelend glas, een hijgende hond en een daverende trein, en daarop dan een doodsserenade waarbij je nekhaartjes zo overeind gaan staan. Mooi om te horen hoe het stuk niet stilvalt na het gebruikte fragment, maar overgaat in een slepende, pikzwarte blues die smeekt om het gezucht van Melanie De Biasio. Dat geduldig rotzooien met stijlen, vormen en sferen beheersen ze tot in de puntjes. Je moet van goeden huize zijn om een lap als “PTMA” boeiend te houden van de eerste tot de laatste seconde.

    Soms kunnen de hoekige composities met hun haaks op elkaar staande verhoudingen ook gewoon een lekker stuk swingen en razen. “Defenestration” past in de traditie van de releases die milien jaren zestig op Blue Note verschenen: wild en ongedurig, maar ook onweerstaanbaar catchy. De voet blijft meetikken. De onzin slaat dan weer toe in het gezapig wiegende “Slow B”, misschien wel het meest traditioneel klinkende jazzstuk, dat hier de nek wordt omgewrongen door een rinkelende telefoon (idem voor de compacte tegenhanger “Fast B”) en gevolgd wordt door het met antieke computergamesblieps volgestouwde “Jazz Invaders”. Ideaal om de jazzpuristen mee op kast te jagen. Erna kunnen die zich toch weer vermeien met de (Charlie) Parkerreferentie in “Segmented”. En zo prikkelt, trippelt, bonkt en dreigt Fight East Sleep meer dan een uur zonder ook maar een seconde te gaan vervelen. Met dergelijk uitbundig spelplezier, memorabele composities en een knappe sound is de tweede Too Noisy Fish dan ook een klepper van formaat geworden. Wie ooit al dacht dat dit een veredeld nevenproject was, wordt nu onverbilielijk de mond gesnoerd.

  • Jan Jakob Delanoye, Kwadratuur [NL]

    Ze mochten waarschijnlijk de revelatie van 2011 genoemd worden, althans voor wat de Belgische azzscène betreft. Binnen de gelederen van Peter Vermeersch' creatieve bigband Flat Earth Society ormen toetsenist Peter Vandenberghe, contrabassist Kristof Roseeuw en drummer Teun erbruggen een ijzersterke ritmesectie, inmiliels gaan ze al een aantal jaar in trio door het leven als oo Noisy Fish. Hun tegendraadse debuut 'Fast Easy Sick' (niet toevallig afgekort FES) was een lap in het gezicht van al wie het pianotrio al lang dood had gewaand: de humor en de indingrijkheid die al wat FES voortbrengt bezielt, kwam er in aanraking met een soms verrassend roze en breekbare stijl van improviseren. Jazz is voor dit trio geen noemer die een voorwaarde is: e creëren muziek omdat ze eieren kwijt moeten die ze niet in de eerste de beste legbatterij gelegd rijgen. Daarvoor kriebelt het bij Vandenberghe te veel: hij heeft een neus voor eigenzinnig epertoire dat in het oog springt omdat het lak heeft aan conventies en zich juist erg intuïtief lijkt te ntwikkelen.

    Niet alleen in België had men oren naar het frisse debuut dat Too Noisy Fish afleverde. Voor de weede plaat, die met een titel als 'Fight Eat Sleep' (alweer FES) duidelijk verder borduurt op zijn oorganger, trok het trio naar Californië, waar Oz Fritz garant stond voor de productie en de astering. Het is zijn verdienste dat het klavier in de mix niet meer naar voor is gekomen dan rums en contrabas. Vooral Kristof Roseeuw is gebaad bij de auditieve emancipatie van zijn nstrument: men moet geen jazzverslaafde zijn om te horen hoe hij ingrijpend sleutelt aan het geheel et lijnen die omwille van hun melodische draagkracht volwaardig dialogeren met wat zijn ollega's uitspoken. Ook Teun Verbruggen is in uitstekende doen: zijn fervente weigerachtigheid egens traditionele percussie houdt de plaat niet alleen ritmisch snedig, maar over de hele lijn erg oeiend om volgen. Vandenberghe wordt het immers lang niet altijd gemakkelijk gemaakt door iens meanderende, koppig stuiterende drumpartijen. Ze komen de fantasie van de pianist innengerold en sleuren haar mee in een draaikolk waaraan noch de luisteraars, noch de musici zelf unnen weerstaan.

    Zoals op het debuut is humor nog steeds de vierde, onzichtbare speler binnen dit trio. Geluiden uit ideogames en een rinkelende telefoon die de opnamesessie tot twee keer toe drastisch verstoort: et zijn voorbeelden van hoe het dagelijkse leven in de muzikale wereld van Too Noisy Fish innendringt. Van de schaterlach naar de traan is het echter slechts een kleine afstand: in Necrophilology' wordt bijvoorbeeld het einde van Andrej Tarkovsky's meesterwerk 'Stalker' eciteerd, waaruit het lichtend besef opstijgt dat het beter is in bitter geluk te leven met een geliefde at een aftands, grijs bestaan te doorlopen. Bij dat troostrijke, maar tegelijk zware slot schreef andenberghe een wat dreigende ballade, waardoor de woorden van het personage als een aarschuwing gaan klinken. Doorheen het ganse album toont de pianist zich overigens als veel eer dan een begiftigd improvisator: zonder uitzondering bevat 'Fight Eat Sleep' thema's die blijven angen, weliswaar zonder van een zodanig evidente orde te zijn dat ze geen interessante mprovisaties toelaten.

    De beukende openingsakkoorden van 'Bring It Home/Oh God' zijn niet verkeerd te verstaan: het is oo Noisy Fish menens. Wild spartelend komt het trio bij een pastoraal miliendeel aan, dat een yrisch antwoord vormt op de zelfkastijding van de eerste minuten. 'In Dust We Trust' opent met een eurotische hartslag. Een ritmische schommelbeweging maakt deze compositie tot een sterk staaltje amenspel: alleen een trio met een geworteld samenhorigheidsgevoel kan zich hierin staande ouden. Ook 'Defenestration' heeft een compulsief trekje, waarvan de krachtige stroom ook nu weer itmondt in een rustieke oceaan. Een oase die echter een fata morgana blijkt te zijn, want de peningssequens doorprikt de idylle. Eveneens drastisch is hoe het zachte, tintelende begin van PTMA' uiteindelijk een majesteitelijke tegenbeweging in gang zet, die niet anders kan dan ntsporen. 'Slow B' slaagt er dan weer niet in traag te blijven: met de welgemikte gretigheid van een helonious Monk gaat Vandenberghe zijn klavier te lijf in wat een swingend nummer mag heten.

    Jazz Invaders' en 'Segmented' verbinden eveneens tegenpolen: humor komt er naast een pluchtende schoonheidszin te staan - een die niets museaal heeft, maar die ambachtelijk en eerlijk ot stand komt. 'Watch the Dark' laat tot slot een tastend Too Noisy Fish horen. Die slingerende, illerige compositie zet een punt achter een verslavend album met veel dimensies. Geen afelmuziek, geen slaapmutsje, wel een parel die aantoont dat jazz tegenwoordig nog steeds grondig an geherdefinieerd worden, in dit geval door een trio dat al haar keuzes in volle overtuiging maakt, aar ze evengoed in vraag durft stellen.

  • Pierre Somers, Le Mad [FR]

    Last but not least, Too Noisy Fish. Voilà un trio qui décape et qui, personnellement, mʼa nthousiasmé. Dʼabord pour son parti pris free et déluré, ensuite pour sa fougue et son jeu ontrasté. On retrouve le plaisir du bop, ici déconstruit et chahuté. Les notes ruissellent uis se figent. On est dans la jubilation, lʼexubérance, jusquʼà lʼexaspération, lʼhumour ans les mots et dans les sons. Ainsi le titre « P.T.M.A. » a deux significations : en rançais, « Pour Toi Mon Amour », et en anglais, « Pretty Thing My Ass » (!). Au piano, eter Vandenberghe offre un toucher viril. Kristoff Roseeuw joue tout dégingandé autour e sa contrebasse et multiplie les effets sur les cordes : frottées, pincées, glissées, avec es doigts ou à lʼarchet. A la batterie, Teun Verbruggen donne libre cours à son inventivité, ous les contrastes étant bienvenus. Une claque magistrale qui nous a réjoui pour terminer e marathon. A la sortie, Peter reconnaissait, pour une large part, lʼinfluence du Don Pullen uartet et, plus près de nous, Jacky Terrasson, sans oublier Monk et Hancock.

  • Le Soir [FR]

    Un formidable trio vu à Liège aux Belgian Jazz Meeting. poustouflant Peter Vandenberghe au piano, inventif ristof Roseeuw à la contrebasse, incroyable Teun erbruggen aux drums. C’est dynamique, surprenant, ésolument contemporain. C’est bourré de drôlerie, de gags, e bruitages. A l’image de leur nom. Mais non, le poisson ’est pas trop bruyant. Il est juste excitant.

  • Klaus Huebner, Jazz Podium [D]

Fast Easy Sick

  • Dave Lynch, Allmusic.com [EN]

    Seven seconds into this Belgian piano trio's debut album and it already sounds like the drummer is venturing off script, although the entire trio is off script throughout much of Too Noisy Fish's Fast Easy Sick. Still, drummer Teun Verbruggen makes quite an entrance on "13 Potatoes." Pianist Peter Vandenberghe and bassist Kristof Roseeuw begin in a ruminative mood, the tempo of a steady ballad paced out by Vandenberghe's left hand and Roseeuw's walking bassline as the pianist begins a pretty, cocktail jazz-frienuly melody -- and then Verbruggen abruptly stumbles in with a tumbling crash on the drums like a waiter entering a sophisticated gathering and dumping a tray full of hors d'oeuvres onto the marble floor. Vandenberghe and Roseeuw remain unfazed, continuing as if nothing had happened, so Verbruggen tries again to get their attention. And again. The drummer ultimately wends his way toward something (just a bit) smoother as Vandenberghe and Roseeuw pick up their own pace, and voila!, soon they're all basically swinging from the same chandelier. After they knock the tune down to a slow but punchy tempo, Vandenberghe begins jabbing at the keys à la Mengelberg, and the tune ends where it began but with Verbruggen reined in, although he seems to register slight rhythmic complaints at having been tamed.

    Too Noisy Fish continue to rip up the pages of the piano trio rulebook during the remaining ten tracks of this 2011 album, not entirely unexpected for three musicians who form the rhythm section of the wonderfully whacked-out big band Flat Earth Society -- and it's particularly interesting to hear a harmonically advanced jazzy Vandenberghe composing nearly everything and working his way around an acoustic piano after a recording career that often finds him on electric keys with the likes of FES, X-Legged Sally, and Univers Zero. And while Verbruggen is no stranger to the piano trio format, this band likely provides him with more opportunities for outright sonic sabotage than he gets backing Jef Neve. But although these tracks routinely segue into the unexpected, the band is actually quite the cohesive unit. Verbruggen is staggeringly hyper-rhythmic on the electronica-inspired "Amen Yourself/Ultratonic" and Vandenberghe and Roseeuw are fully in the pocket with him. Ever inventive, Roseeuw carries the melody for a while on "Black Keys, White Keys," an atmospheric track with surprising treatments that push into electro-acoustics, while "There's Lots of Us," a Vandenberghe co-write with Pierre Vervloesem (who hanuled mixing and mastering), has its own oliball sonic embellishments, including overdubbed echoey Robert Wyatt-esque woruless vocalizations. "Curly Wurly, Napolean" is modern creative jazz of the highest order -- if you can hanule the deadpan repeated voice-over of the title where a saxophone would usually be. And while "Fish That Sing Can't Swim" has the feel of a standard twisted into knots, Too Noisy Fish also speed up the tempo on QOTSA's "The Sky Is Falling," giving able competition to the Bad Plus in the rock covers game.

    http://www.allmusic.com

  • Didier Wijnants, Jazz op donderdag, [NL]
  • Lee Henderson, Prognaut [EN]

    From the very first few counts of this CD, you can tell you are in for an adventurous listen. Almost standard acoustic piano, but then with intrusive drums jumping in and out, and gracefully the upright bass comes in to carry the tune into the avant free jazz semi bebop gem it is. No sooner then a climax, then back to the initial slow pacing part just waiting to dart back into something else. But what? It's like the jolly green giant stomping along towards the destiny. Such brilliant playing on all parts, especially the drumming, which I found amazing. With the first theme stated, revisited again, and then again, the composition ends with a flutter. It's some way to begin this superior exercise in modern avant jazz with classical and rock tones plus plenty of creative juices flowing. The 2nd song comes along like a rogue tidal wave as well. Supreme!

    'Fast Easy Sick' is the freshman release by this rhythm section for another tilting, thrilling and famous avant garde big band jazz group called Flat Earth Society. It's no shock that Too Noisy Fish have a clear winner and product of their own here. Just a three piece comprising of Peter Vandenberghe: piano/compositions (Flat Earth Society, X-Legged Sally, Univers Zero, Caca, Monsoon), Kristof Roseeuw: double bass (Flat Earth Society, RadioKUKAorkest, Fukkeduk, Spectra ensemble), and Teun Verbruggen: drums (Flat Earth Society, Jef Neve, Toots Thielemans, Otin Spake, Gowk, VVG Trio, Christian Mendoza Group), this work is as strong and full of life as any trio I have ever heard. To top it off, the CD was mixed , mastered and produced by the one and only Pierre Vervloesem (X-Legged Sally).

    'Fast Easy Sick' is full of complex, high in the sky, magic interplay and free forward thinking collisions of compositional contradictions and compliments. Sometimes casting a wry sense of humor, the music reels in one noisy fish after another. And there are tunes like track 5 ('Bread? Shade! She? Me... ') that begin with ECM-like classical keys ( brings to mind Rainer Bruninghaus on piano) with cymbal swells, mallets on drums, and a beautiful crescendo to kill for, then a mechanical whiz of a Henry-Cow-would-be-proud avant garde ending. And the next composition 'Fish That Sing Can't Swim' swings it's way around the studio in a demented kind of display of catch me if you can. And you better be good on your feet. The last cut 'Latin Laundry' is a warped Latin jazz number that will have you curious to the very last couple of seconds. It's the ending most fitting for this masterpiece of servings. You can expect most songs to begin one way and end up another, or something like that. Most assureuly for the lovers of the crazy good avant mixed with the crazy good oli fusion. Brave and genius.

    The vote is in. This is fabulous music! Too Noisy Fish manage to make you smile, worry, grit your teeth, laugh, be surprised, wonder, ponder, and sit in amazement, all in the same recording. 'Fast Easy Sick' is one of the best discs I have listened to this year. It's beyond great, it's fantastic! How these bands from Belgium do it beats me, but I plan on listening to plenty more bands from a country that seems to constantly breathe out great bands. ULTRA HIGHLY RECOMMENDED WITH A CHERRY ON TOP!

  • Tom Greenland, The New York City Jazz Record [EN]

    Pianist/composer Peter Vandenberghe leads Too Noisy Fish through Fast Easy Sick, a diverse original set that evinces robust chops, tricky twists and turns and, above all, a rampant sense of humor. From the onset, when the leader's graceful intro is interrupted with brash, abrasive drumstrokes, the listener knows they're in for a rowdy ride, one redeemed for its many creative and intelligent moments that serve to smooth the rougher bumps. The trio's mercurial musical moodswings range from placid to frenetic, manic to methodical. Vandenberghe, a consummate virtuoso, never lets his 'fingerisms' overwhelm his ideas and the group interplay is excellent. Standout cuts include "Curly Wurly, Napoleon", "Bread? Shade! She? Me…", "Fish That Sing Can't Swim" and "Sick Jazz".

  • Simon Claessens, Kwadratuur [NL]

    Rebels, baldadig, boud en poëtisch. Soms is het eenvoudig om een plaat te bespreken. Wat in een ander leven doorgaat als de ritmesectie van Flat Earth Society, zet onder de naam Too Noisy Fish een intrigerende, nerveuze set neer. Pianist Peter Vandenberghe laat zich op 'Fast, Easy, Sick' vergezellen door Teun Verbruggen op drums en Kristof Roseeuw op contrabas.

    Hij pende negen van de elf nummers neer en verrast door zijn speelse, ruimdenkende aanpak van het pianotrio. Zijn schelmse kijk op jazz bracht hem in de eerste plaats bij FES en in zijn trioformule neemt hij nu even tijd om deze uit te spitten. Het grote verschil is dat Vandenberghe op Fast Easy Sick' geen encyclopedie aan instrumenten nodig heeft om zijn ideeën neer te zetten. Hij steunt zijn nummers op vier basisprincipes: ontroer, confronteer, ontwricht en werk op de lachspieren.

    De plaat opent ingetogen met een dromerig pianothema dat begeleid wordt door volle, diepe noten van de bas. Het geheel klinkt als de ijle Scandinavische jazz van E.S.T. Al na de eerste twee maten wordt het perfect plaatje bruut onderbroken door Verbruggen die meteen duidelijk maakt dat Too Noisy Fish ook daadwerkelijk lawaai willen maken: hij valt woest roffelend in met een drumkit die van de trap lijkt te donderen.

    '13 Potatoes' zet zo meteen de toon in van 'Fast Easy Sick'. Schoonheid is hier wreed. Onderhuidse spanning en ontwrichtingen zijn de norm.

    Aanvankelijk houdt de piano zijn zachtromantische motiefje vol, maar de verlokking van de scheve schaats rijdende drums zijn te sterk en al snel evolueren de stuwende bas en de piano naar een ontwrichte, geschifte wals waarin ze Verbruggens kronkelende ritmes gretig volgen. Na even terug te grijpen naar de balladeformule schakelt het trio over naar een sloom hoppende reggaegroove waarin eenieder zijn best doet om niet in de pas te lopen.

    De communicatie en het samenspel is van de bovenste plank en de drie blijven nieuwe ideeën afkomen en houden van plotse verrasingen. Zo begint 'Amen Yourself/Ultratonic' vlijmscherp met een harde slag op de cimbalen die de luisteraar bij de zaak houdt.

    Een gefilterde drum 'n' bassgroove trekt dan de zaak nerveus op gang. Over deze eerste drumlaag legt Verbruggen nog een extra drumlijn die voor extra punch zorgt. Verbruggen speelt ten volle met deze dubbelheid en door de aparte versterking van Verbruggens drumkit komt er nog een derde ritmische laag bij. Een droge galm geeft een vuile rand aan zijn grooves, zodat elke slag resoneert in de volgende.

    De repititieve baslijn is simplistisch, maar doet het werk: grooven. Het opgedraaide tempo geeft Vandenberghe vleugels. De pianist smijt wild hoge, dissonante arpeggio's door het hectische gedrum. Die beantwoordt hij zelf met snelle, zware baslijnen die door veelvuldig gebruik van de pedalen meebouwen aan de prettiggestoorde chaos. Met bevelende, tegenspartelende blokakkoorden dwingt hij de band een versnelling lager waarna hij zijn companen via een uitmeanderende arpeggio naar een overpeinzende intermezzo leidt waarin hij traag een melodie ontwikkelt die hier en daar flirt met de klassieke muziek. De heldere melodie wordt dan onderbroken door een langzame crescendo van de gefilterde drums en de geflipte carrouselrit vertrekt weer.

    Op geen enkel moment doet de band vermoeden dat hier slechts drie muzikanten aan het werk zijn. Door het enorm brede gebruik van de klankkleur van elk instrument, de gedurfde tempowisselingen, de versnipperde traditie en de ongebreidelde energie lijkt hier het volledige FES-orkest aan het werk te zijn. Het groteske FES-kantje komt vooral in 'Curly Wurly, Napoleon' bovendrijven. Bijna zeven minuten lang wordt de luisteraar meegenomen naar verschillende werelden die in elkaar kluwen. Een heerlijk soepele walking bass zorgt voor de donkere onderbuik van het nummer. Verbruggen zet een vette swing in, maar volgt al snel de hoekige pianomotiefjes met een rammelende groove. Een sappig Gents stelt de prangende levensvraag die iedereen beantwoord wil zien: "Ne Curly Wurly, of een Napoleon? Wa goat zin?" Het antwoord is een stukje vrije improvisatie waar Vandenberghe als bezeten over zijn piano vliegt waarin hij zijn linker- en rechterhand vinnig tegen elkaar laat vechten. Na een bassolo valt de groep even stil en contrasteert de groep vooral vreemde klanken met stilte. Uit deze onaardse dimensie vloeit echter al snel een schizofreen patroontje dat in groep afgerateld wordt. Deze ontaardt niet in een climax, maar start het nummer lichtjes ongeïnspireerd van voor af aan, een jammerlijk einde voor een anders bijzonder straffe compositie.

    Too Noisy Fish toont op zijn plaat over een brede woordenschat te beschikken. 'Fish That Can Swing' opent als een vrolijke blues zonder zorgen. 'Sick Jazz' is een zenuwachtige vrije improvisatie waarin Roseeuw schittert door unheimliche metalige klanken uit zijn bas te strijken. 'TBC (To Be Cancelled)' toont het trio dan weer van zijn gevoelige balladekant zonder dat er vuurwerk aan te pas komt.

    'The Sky is Falling' is een sterke cover van de rockformatie Queens of the Stone Age. Het stevige rockmetaal wordt hier vervangen door een daverende piano, woeste bas en razende drum. De aanpak hier is misschien vergelijkbaar met wat The Bad Plus de drie al voordeed, met het grote verschil dan dat er bij dit Belgisch trio een stevig paar onderhangt. De zanglijn wordt knap verdeeld tussen piano en een hysterische strijkende bas.

    Too Noisy Fish levert met 'Fast Easy Sick' een van de strafste platen af van het jaar. De rebelse jazz klinkt altijd fris, nooit intellectueel en lijkt gespeeld te worden door een bataljon muzikanten. Hun onuitputtelijke stroom van ideeën, hun rijke vocabularium en hun hyperkinetische samenspel maken van 'Fast Easy Sick' een ruwe diamant die de luisteraar kan blijven slijpen.

  • Bootsie Butzenzeller, RifRaf [NL]

    Aha, de Flat Earth Society-ritmesectie verlaat het door peetvader Peter Vermeersch bewaakte nest, om een nog eigenzinniger ei te leggen. '13 Potatoes' vangt aan met een pianoballad van Peter Vandenberghe terwijl er een drumkit van de trap lijkt te vallen, eens de brokstukken terug in elkaar zijn gezet, zet de groove in, mooi ingekleurd door de bas van Kristof Roseeuw. Soothing jazz? My ass, een nerveuze drum-'n-bass-beat is uw deel op 'Amen Yourself / Ultrasonic' terwijl de vingers elke toets op het pianoklavier ontdekken. Nice. Omdat Vandenberghe alle composities schreef (met uitzondering van de knappe versie van QOTSA's 'The Sky Is Falling') blijven zijn vingers dan ook het meest prominent aanwezig. Teun Verbruggen vermaakt zich én ons uit- stekend als timekeeper van dienst en als stoorzender, al dan niet op de vellen of met flardjes smaakvolle elektronica. Ach, deze drie virtuozen leveren zelfs met één vinger in de neus nog een zéér fijn staaltje moderne jazz af die laveert tussen nerveus, silly, groovy énrustgevend. (boo) beveelt dan ook aan.

  • Guy Peters, Enola [NL]

    2011 is een prima jaar om nieuwe Belgische jazz met punch te ontdekken. Hoewel het nog wachten is op nieuw werk van De Beren Gieren en het debuut van het Nathan Daems Quintet, hebben die bands al bewezen aardig wat in huis te hebben. Idem voor Hamster Axis Of The One-Click Panther, dat sterk debuteerde met Small Zoo. Too Noisy Fish – iets minder jong, maar al even nieuw – sluit aan bij dat rijtje en legt de lat meteen hoog.

    Maar wat wil je ook, als je met pianist Peter Vandenberghe, bassist Kristof Roseeuw en drummer Teun Verbruggen kerels in huis haalt die je gerust tot de zwaargewichten van onze jazz mag rekenen, figuren die zich zowel binnen traditionele als meer experimentele context als een, euh, vis in het water voelen en al bewezen hebben dat ze het rumoer dat hun muziek vergezelt ook nog eens kunnen rechtvaardigen. Ze verdienden elk ook al hun sporen bij Flat Earth Society, het doorgeslagen balorkest van Peter Vermeersch. Met die band hebben ze alleszins al het gevoel voor humor gemeen, relativerend en absurd tegelijk, wat je ziet terugkomen in de geinige titels, maar ook in de energie, de contrastwerkingen en de onalledaagse ideeën, zoals de chaotisch binnenvallende drums in de fijnzinnige intro van opener “13 Potatoes”.

    Er wordt bij momenten erg virtuoos gespeeld met contrasten en dynamiek, maar dat gebeurt zelden met een gratuit postmoderne aanpak waarbij alles in het teken staat van collagetactieken of goedkope schokeffecten. Too Noisy Fish baant zich een weg door Vandenberghe’s composities met flair en karakter, nu eens uitgesproken hedendaags (zoals met het gebruik van de elektronica in “There’s Lots Of Us”, en elders) en dan weer schatplichtig aan de traditie (“Fish That Sing Can’t Swim” gaat lekker ouderwets van start), of de rock-‘n-roll, door het aanwenden van een zesde versnelling (het baldadige “Curly Wurly, Napoleon” is jazz met kloten zoals je het niet al te vaak hoort) en de korte songlengtes. Dat je de helft van de songs hier krijgt binnengelepeld binnen de vier minuten zorgt ervoor dat de aandacht amper verslapt.

    Aan hoogtepunten binnen deze elf composities geen gebrek: het begin en einde van “13 Potatoes” worden uit elkaar geduwd door potig en groovy samenspel met hier en daar wat reggae-elementen, waarbij elk van de leden volop de kans krijgt om wat troeven op tafel te werpen. De composities zijn voornamelijk van de hand van Vandenberghe, maar dit is een op en top trioplaat, die niet enkel de veelzijdigheid van de pianist laat horen (soms met een exuberantie die aan Byard doet denken), maar ook de stuwende kracht van Roseeuw, die ook een paar keer uitblinkt met de strijkstok, en Verbruggen, die er steeds beter op lijkt te worden, driftig spelend met ritmes en kleurend, soms immens opzwepend en dan weer een en al discipline.

    “Amen Yourself / Ultratonic”, ergens in het niemandsland tussen hectische triojazz en drum ‘n’ bass, zal voor velen een uitschieter zijn, en terecht. Wat de band hier laat horen is heel erg straf: gejaagde ritmes, slim gebruik van elektronica, voorzien van een motherfucker van een schwung. Let vooral op Verbruggen hier, want hij drumt zoals Al Jackson dat zou doen als hij in de entourage van Goldie gezeten had. De kleur, souplesse en overdonderende hechtheid zijn zo sterk dat je gerust zou geloven knallers uit de New Yorkse scene rond Zorn aan het werk te horen, als pakweg Jamie Saft, Trevor Dunn en Joey Baron. Eenzelfde vuur krijg je ook even in het prima getitelde “Sick Jazz”, dat ook al schatplichtig lijkt aan de achtervolgingsmanie die je al van FES kent en z’n weg baant tussen hoekig pianospel en een op dreef ratelende ritmesectie die zich te buiten gaat aan spontane molestatie.

    En zo zwiert de band van ingetogen/subtiel naar funky en speels tot excentriek en terug. Opmerkelijk is ook het slotduo, met eerst een erg geslaagde cover van QOTSA’s “The Sky Is Falling” (let op de donderende piano en hoe Roseeuw de zangpartijen voor z’n rekening neemt met de strijkstok) en afsluiter “Latin Laundry”, een lepe brok exotica waarvan je zo zou geloven dat het ingespeeld werd door een gereduceerd Bar Kokhba. Straffe vergelijking misschien, maar terecht. Kortom: Too Noisy Fish is een trio dat moeiteloos de verwachtingen inlost. Geen idee of ze het zelf zien als een tijdelijk of een langetermijnproject, maar Fast Easy Sick is alleszins al een voltreffer van een debuut. Vette plaat!

  • George Tonla Briquet, Jazzmozaiek [NL]

    Vale hoesfoto's die een sterke gelijkenis tonen vertonen met deze uit een oud Artis-prentenboek en absurde titels als 13 Potatoes en Curly Wurly, Napoleon, dit lijkt verdacht veel op FES. En inderdaad, dit trio maakt deel uit van van Peter Vermeersch zijn bende. Muzikale aanknopingspunten zijn er genoeg door de constante plotse tempowissels en het regelmatig overhellen naar het experimentele. In elk nummer gebeurt wel wat zonder dat je zoals bij FES soms overdondert wordt. De heren tonen zich ware meesters in beheersing maar vooral ook in avontuur. Daar waar The Bad Plus sinds zijn vorige cd helaas gestopt is, gaat Too Noisy Fish op de juiste manier verder. Het blijft allemaal fris en gedurfd en bovenal refereren ze voortdurend op speelse wijze naar de jazzgeschiedenis (Fish That Sing Can't Swim!). Vandenberghe leverde alle composities met uitzondering van The Sky Is Falling (Queens Of The Stone Age) en een nummer dat hij schreef met Pierre Vervloesem (mixing, mastering en FES-lid). Werkelijk alles zit in dit pakket vervat, zelfs pure poëtische passages. Waarom in New York gaan zoeken als we het hier in huis hebben? (Georges Tonla Briquet)

  • Christophe Verbiest, Flanders Today [EN]

    Three musicians from the delightful big band Flat Earth Society form the intriguing new jazz comboToo Noisy Fish. Pianist Peter Vandenberghe, double bass player Kristof Roseeuw and drummer Teun Verbruggen each have an impressive resumé, and their musical versatility gets the free reins on their debut Fast Easy Sick. There's a little dose of smooth jazz, but mostly they opt for adventurous escapades full of capricious drum rhythms, insurgent bass lines and a piano that attractively hesitates between lunacy and sweetness. It's really no surprise that one of the tracks is called "Sick Jazz". Besides 10 Vandenberghe originals, Too Noisy Fish brings a great rendition of "The Sky Is Falling" by Queens of the Stone Age.